Voorleesverhalen

Kastanjes

Lotte en Pieter wandelen met oma in het park. Pieter rent vooruit. Hij heeft een tak gevonden. Hij zwaait ermee door de lucht en klopt de bladeren van de struiken. De blaadjes dwarrelen in het rond. "Je maakt de vogels bang", zegt oma. "Kijk maar."
De vogels vliegen weg uit de struiken, hoog de lucht in.
Lotte drentelt achter oma aan. Ze loopt door het vochtige gras. Een eind verder staat een grote boom. "Wie het eerst bij de boom is?" vraagt Lotte. Ze holt over hte gras. Pieter rent achter haar aan. Ze komen samen bij de boom aan. "Ik was het eerst", hijgt Lotte. "Nietes, ik was eerst", zegt Pieter. Hij tikt met de tak tegen de stam. "Ik hak die boom om. Tsjak! Tsjak!" 
"Kijk!", roept Lotte. Ze wijst naar de grond. 
"Kastanjes".
De kastanjes glimmen in het gras. Ze zijn een beetje nat. 
Pieter gooit de tak op de grond.
Samen met Lotte raapt hij de kastanjes op.
"Wat leuk", zegt oma. "Het zijn tamme kastanjes. Die kunnen we thuis poffen."
Lotte en Pieter stoppen de kastanjes in de zakken van hun jas.
"Bij jou ook, oma", zegt Lotte.
Lotte en Pieter stoppen oma's zak vol kastanjes.
Ze gaan naar huis.
Mama staat bij de benzinepomp.
"Hoi", roept ze naar de kinderen. "Wat hebben jullie daar in die rare knobbelzakken?"
"We hebben kastanjes!" roept Lotte.
"Een heleboel!" lacht Pieter.
"We zullen ze poffen", zegt oma. 
Met z'n drietjes verdwijnen ze naar de keuken. Oma neemt een mes en snijdt een kruisje in elke kastanje.
Lotte en Pieter mogen de kastanjes in de pan leggen. Als de pan helemaal vol ligt, zet om hem op het vuur. Na een poosje wordt de pan heet.
Pof! Pof! doen de kastanjes in de pan.
Lotte is een beetje bang.
"Straks springen ze uit de pan", zegt ze. Maar oma schudt de pan heen en weer.
"Ziezo", zegt ze na veel pofpofjes. "Wie wil een gepofte kastanje?"
"Ik! Ik!" roepen Lotte en Pieter. 
"En wij!" antwoordt nog iemand.
Papa komt met mama de keuken in. Lotte en Pieter zitten al aan de keukentafel. Oma laat de kastanjes uit de pan op de tafel rollen.
"Ze zijn warm. Heel warm!" zegt Pieter.
Hij laat de hete kastanjes meteen weer uit zijn vingers glijden. het lijkt wel of zijn vingers verbranden.
Papa lacht.
"Mmm", zegt hij. "Ze zijn heel lekker. Ik help je wel even, Pieter."
Papa pelt de kastanjes voor Lotte en Pieter.
Ze smullen tot ze allemaal op zijn.

Dit verhaal komt uit de bundel voorleesverhalen van "Lotte en Pieter", deel 3, Uitgeverij Averbode.


     
                          ***

Paultje het Plaagpaard

Paultje is een ponypaard. 
Met een lange, zwarte staart.
En een bruin gevlekte vacht.
En een snuit die altijd lacht.
Op een dag krijgt de wei 
een nieuw paardenbeest erbij.
Een met strepen, wit en zwart.
En zijn naam is Zebra Bart.
Paultje is er meteen bij:
'Wat voor een raar paard ben jij?
Heb jij een pyjama aan?
Moet je niet naar bed toe gaan?'



De andere paarden in de wei
komen van het lachen niet meer bij.
Dan zegt Bart:
'Ben jij soms ziek?
Met al die plekken?
Of ben je vuil
vol vieze vlekken?'
De hele wei ligt in een deuk.
Maar Paultje vindt het echt niet leuk.



De Moraal:
Waarom zou je een ander plagen
als je het zelf niet kunt verdragen?

***

De man met de slang op zijn hoofd

Een man was naar de markt geweest.
Hij had veel gekocht
Hij ging terug naar zijn dorp.
Maar toen hij bij de rivier kwam, stond het water te hoog om over te steken.
Dus bouwde hij een hut om te wachten tot het water zou zakken.
Bij de rivier leefde een slang.
Ze keek naar de man.
'Waarom wil die man naar de overkant?' vroeg de slang zich af.
'Die overkant moet wel heel bijzonder zijn. Als die man zo lang wil wachten.'
Na drie dagen stond het water laag genoeg.
En de man maakte zich klaar om over te steken.
De slang kroop naar hem toe.
Ze vroeg met zachte stem:
'Kun je me meenemen als je oversteekt?'
'Best,' zei de man.
'Ik heb mijn armen vol maar kruip maar op mijn hoofd.'
De slang slingerde zich als een tulband rond het hoofd van de man.
Ze was heel benieuwd naar dat onbekende land aan de overkant.
Toen ze aan de overkant waren, zag de slang dat het er daar net zo uitzag als waar ze vandaan kwam: De stenen, de aarde, het gras, de planten... alles was precies hetzelfde.
'Zo!' zei de man tegen de slang.
'Kom er maar af!'
'Waarom?' zei de slang. 'Je hebt me voor de gek gehouden.
Je hebt me hierheen gebracht.
Maar wat moet ik hier?
Alles is hier hetzelfde als aan de andere kant.
Ik had gedacht dat het aan deze kant beter zou zijn dan aan mijn kant.
Jij had er zoveel voor over om over te steken.
Je hebt me bedrogen!'
'Ik heb je niet gedwongen!' riep de man.
'Jij wilde zelf met me mee!'
Terwijl ze zo aan het praten waren, kwam er een haas langs. 
Die zei: 'Hebben jullie ruzie? Dan moeten jullie naar de dierenrechtbank!'
De haas bracht de man met de slang naar de dierenrechtbank.
'Een interessante zaak!' riep de haas. 
'Deze slang is op het hoofd van de man gekropen en ze wil er niet meer af!'
Alle dieren vonden het bijzonder interessant maar voor een oordeel moesten ze wachten tot de olifant met zijn ontbijt klaar was.
Terwijl ze wachtten, deed de slang een dutje.
De man fluisterde tegen de haas:
'Hoe moet dan nu?
Ik kan toch niet met een slang op mijn hoofd thuiskomen?'
De haas fluisterde terug:
'Wacht maar af!
We krijgen haar wel beneden!'
Toen trompetterde de olifant als teken dat de rechtszaak ging beginnen.
De slang op het hoofd van de man ging overeind zitten.
De haas fluisterde tegen de slang:
'Je maakt je als dier belachelijk!
Je kunt je verhaal toch niet vertellen terwijl je boven op het hoofd van een mens zit!
Kom eraf.
Anders zal iedereen je uitlachen en verlies je je zaak.'
De slang gleed naar beneden terwijl de man begon te vertellen hoe het allemaal zo gekomen was.
'Maar over welke slang gaat het?' vroeg de olifant die niet goed had opgelet.
Hij had zoveel gegeten dat hij wat soezerig was geworden.
'Ik zie helemaal geen slang op je hoofd!'
En als er geen slang is, is er geen zaak.
Je verknoeit de tijd van de rechtbank!'
De man ging dus verder op weg naar zijn huis. 
En de slang snapte dat de haas haar had beetgenomen!

Een verhaal naar een Afrikaanse fabel

 

Terug

home